Frits de Voogt, jachtontwerper in ruste en jarenlang hét gezicht van Feadship en De Voogt Naval Architects, is optimistisch gestemd over de kansen van de Nederlandse jachtbouw. “We hebben,” aldus de 82-jarige nestor van de Hollandse jachtindustrie, “ten opzichte van de concurrentie uit het buitenland nog altijd een grote voorsprong.”
De werkkamer van Frits de Voogt in zijn prachtige huis in Haarlem ademt een serene sfeer uit. Hier is duidelijk de hand van een topontwerper/architect zichtbaar. Klassieke elementen en materialen zijn prachtig verweven met eigentijdse lijnen waardoor het geheel helemaal in harmonie is. Aan de wand foto’s van superjachten die door De Voogt zijn ontworpen. Op een kast een prachtige maquette van het 54 meter lange jacht dat zijn vader in 1936 voor de Sjah van Perzië ontwierp en destijds gebouwd is door de scheepswerf Boele uit Bolnes.
Frits de Voogt, de éminence grise van de Nederlandse jachtbouw, kreeg de liefde voor het ontwerpen van schepen met de paplepel ingegoten. Zijn vader, Henri Willem de Voogt (geboren 1892), had reeds op jonge leeftijd een grote passie voor jachten. In 1908 bouwde hij als 16-jarige zijn eerste zeilboot die hij ‘Wim’ noemde. In 1913 richtte De Voogt sr. de Haarlemsche Yachtwerf op om zich vervolgens in 1922 helemaal toe te leggen op het ontwerpen van schepen.
Het was het begin van Ingenieursbureau voor de scheepsbouw H. W. de Voogt dat uiteindelijk zou uitgroeien tot De Voogt Naval Architects, een internationaal toonaangevend architectenbureau, gespecialiseerd in het ontwerpen van jachten tot een lengte van 100 meter.

Een oude foto van de vroegere werf van 'de Voogt'

Bescheiden

Met dank aan zoon Frits de Voogt die het bedrijf van zijn vader vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw naar (nog) grotere hoogte weet op te stuwen.
Bescheidenheid siert Frits de Voogt. Als we hem overladen met loftuitingen (hij ontwierp talloze superjachten voor topdiplomaten, sjeiks en captains of industry) haalt hij slechts de schouders op.
“Ik hou er niet zo van om mezelf op de borst te slaan of om op de voorgrond te treden. Laten we ook niet vergeten dat ik ‘de tijd mee heb gehad’. Mijn vader had het veel lastiger. Die werd geconfronteerd met twee wereldoorlogen. Ik heb de wederopbouw meegemaakt. Wat niet wil zeggen dat ik geen moeilijke jaren heb gekend. Ik kan me nog het jaar 1967 herinneren. Toen had ik even helemaal geen opdrachten. Gelukkig klopte er toch nog iemand aan om een schip te laten tekenen, waardoor ik weer wat lucht kreeg.”

Feadship

Een belangrijke stap was de oprichting in 1949 van de overkoepelende organisatie Feadship, wat staat voor First Export Association of Dutch Shipbuilders. De kern van Feadship werd gevormd door de moderne werven van Royal van Lent Shipyard in Kaag, Koninklijke De Vries Scheepsbouw in Aalsmeer en het ontwerp en engineeringbureau De Voogt Naval Architects. De oprichting van Feadship getuigde van een zuiver staaltje Hollandse pioniersgeest.

Frits de Voogt, die lange tijd directeur van Feadship was, zegt: “In die beginjaren vijftig zat het geld in Amerika. Dat was voor ons reden om de handen ineen te slaan en ons gezamenlijk te profileren tijdens de New York Boatshow van 1951. Dat was een goede zet want al gauw druppelden de opdrachten binnen. Op zich is het best verwonderlijk dat collega-bedrijven, die ook weer concurrenten van elkaar zijn, onder één vlag opereren. Maar ik heb altijd gezegd: samenwerking betekent voorsprong! Met deze visie lukte het ons om iedereen bij elkaar te houden en de concurrentie voor te blijven.”

Henry Ford

De grote bloeiperiode voor De Vries, Van Lent en De Voogt is dan aangebroken. Amerikaanse topindustriëlen en topondernemers als Henry Ford en Malcolm Forbes laten door Feadship superjachten bouwen.
De Voogt: “Dergelijke beroemdheden waren voor ons natuurlijk uitstekende visitekaartjes, ambassadeurs. Via mond-tot-mondreclame kregen wij steeds vaker orders binnen. Dat spreidt zich dan in de loop der jaren uit van Amerika naar Europa, het Midden-Oosten en Rusland. Omdat wij die topjachten konden bouwen, moesten we gezamenlijk ook steeds up-to-date blijven. De goede naam van Feadship hebben we mede te danken aan de kwaliteit die we leveren, maar ook omdat we steeds vooropliepen met het ontwikkelen van nieuwe, modernere schepen met de laatste technieken en snufjes en het fraaiste design. Voorsprong bouw je vooral op door te doen.”

Links: Henry Fort. Rechts: een jacht

One-of-a-kind

Hadden de Nederlandse en Duitse jachtindustrie jarenlang een leading positie, inmiddels is er sprake van een globalisering waarbij ook andere landen sterk in opkomst zijn. Toch is De Voogt er van overtuigd dat de Nederlandse jachtbouw een klasse apart is.
“Als het om het bouwen van jachten gaat is Italië bijvoorbeeld een geduchte concurrent. Op papier zijn ze de helft goedkoper en leveren ze een jacht ook twee keer zo snel af. Maar in de praktijk komt daar niet zoveel van terecht. Italiaanse werven werken vaak met onderaannemers en dat levert allemaal problemen op. Afspraken met de klant worden niet nagekomen. Uiteindelijk valt de prijs van zo’n schip toch veel hoger uit en wordt de afgesproken levertijd ver overschreden. Een klant die dat meemaakt, is dan meteen genezen. Nederlandse werven hebben internationaal gewoon een heel goede reputatie. Wij kunnen uitstekend plannen, maken kwalitatief de beste boten en we hebben het vermogen en de flexibiliteit om geheel naar de wensen van de klant te bouwen. In dat opzicht zijn wij uniek. Amerikanen en Aziaten zijn sterk in plastic seriebouw, maar dat is een heel ander verhaal. Wij beheersen de kunst van het bouwen van luxe ‘one-of-a-kind’-boten. That’s our cup of tea!”

Desalniettemin staat door de crisis ook de Nederlandse jachtindustrie onder druk. DeVoogt: “Natuurlijk hebben sommige werven het nu moeilijk. De zwakste broeders zullen er mee moeten stoppen. Er is de laatste jaren overproductie geweest en de mensen houden de hand iets langer op de knip. Maar ik ben toch optimistisch gestemd over de toekomst van de Nederlandse jachtbouw. Wij hebben internationaal zo’n goede naam opgebouwd, die raak je niet een-twee-drie kwijt. Bovendien hebben wij door die jarenlange kennis van het bouwen van schepen een grote voorsprong op allerlei ‘nieuwkomers’.”

Groot genoeg

De Voogt voorziet wel een einde aan de trend naar steeds grotere jachten. “Wat moet je nu met een jacht van zestig meter of langer? Als je met een man of vijftien aan boord bent, dan kom je elkaar niet eens tegen. Dat is toch niet leuk! Persoonlijk vind ik een jacht met een lengte van 45 meter een mooie maatvoering. Dan is er nog ruimte genoeg om naast de eigenaar en zijn vrouw een viertal koppels aan boord te hebben. Bovendien heeft niet iedereen zin om altijd maar met Oom Piet mee te gaan om een stukje te varen. Arabieren zijn nog steeds gecharmeerd van die megajachten, omdat ze graag veel mensen om zich heen hebben. Maar voor de rest denk ik dat er een einde komt aan het bouwen van steeds maar grotere jachten.”

 

Reactiemogelijkheid uitgeschakeld